Kijkje achter de schermen van een familiepark
Efteling: een bedrijf dat grossiert in "illusies"
foto: De heer Jutte, hoofd technische diensten voor de besturing van het Spookslot (foto Piet Pulles)

Bron: Eindhovens Dagblad do 26 juli 1984.

KAATSHEUVEL. Ongeacht leeftijd, huidskleur, nationaliteit, politieke opvatting, dik of dun, groot of klein, man of vrouw, als je na een inspannend dagje Efteling de poorten weer uitgaat,geloof je in sprookjes". Met een ijselijke ' precisie weet het familiepark in Kaatsheuvel de honderdduizenden bezoekers een droomwereld voor te schotelen. Een wereld, die ieders verbeeldingsvermogen tot werke- lijkheid brengt om het naderhand weer een onvergetelijke indruk te laten maken. Fantasie wordt waarheid en de waarheid wordt weer fantasie. Met wat voor een toverstok bokst de Efteling dat voor elkaar? De zaak op een dusdanige manier in positieve zin te neppen en verlakken dat het publiek er met graagte met beide voeten intrapt. Een kijkje achter de schermen van een bedrijf dat handelt in illusies.

In onopvallende gebouwtjes aan de ingang Noord huist het brein van de Efteling: de technische dienst. Praktisch alle attrakties van groot naar klein (zijn) wordcn daar van idee tot en met realisatic gestalte gegeven. Een rustiek, ietwat rommelig, eilandje in een dynamisch park, waar men uw droom met een geweldige kennis van zaken voor u opbouwt.

Hebben dan bouwen
"Wil je sprookjes hebben, dan moet je sprookjes bouwen", zegt ing. B. M. Jutte, hoofd technische diensten. Een vriendelijke man, die zin in het werk van en voor zijn team helemaal uitstraalt. "Er werken in de technishe. diensten, er zijn er vier, zo'n vijftig mensen. Ze zijn allemaal erg nauw betrokken bij de zaak en allemaal enthousiast". De technische diensten van de Efteling zijn taken, die nauwkeurig op elkaar ingespeeld zijp en weten wat wel en niet kan. "Een wisselwerkig tussen Alpha- en Bcta- mensen", zo omschrijft hoofd van de afdeling puhlic relations, Cees Kikstra het. "

Ontwikkeling
Hoe ontwikkelt zich een idee, dat voorverdere uitwerking goed bevonden wordt. De ingenieur haalt er een voorbeeld bij dat, nog in de wieg ligt: immers attraktie "Sprookjes uit 1001- nacht". Dit kastee1, dat in Bagdad niet zou misstaan. moet met Pasen '86 voor hct publiek opcn zijn. Nu zijn er slechts een paar tekeningen en maquettes. "Hetgeen dc tekenaars het daglicht laten zien wordt door ons vertaald in uitvoerbaarheid. Daarbij komen problemen als hoe krijg je het zo goed mogelijk voor elkaar, zonder dat de kosten de pan uitrijzen en halen we het binnen het tijdsbestek", vertelt Jutte, terwijl hij wat voor- beeldjes aantipt op de maquette. "hier komen de mensen binnen met een bootjc. Daar op dat stukje komen twee bedelaars te zitten, die, als de boot in buurt komt, de handen uitsteken voor aalmoezen. Het publiek op deze manier in de attraktie te voeren, vraagt om topwerk, dat echter wel haalbaar moet blijvcn. Aan de ene kant is het de mensen bieden wat ze willen zonder dat het lachwekkend wordt; aan de andere kant oppassen dat alles binnen grenzen te maken is".

Disney
Het hoofd van de technische diensten is net terug uit de VS waar hij een studiereis heeft gemaakt naar onrder meer Disneyland. Het grote voorbeeld voor de Efteling? Tendele ja, tendele neen. Veel ideeën worden daar opgedaan, maar in het technische bedrijf van de Efteling op een Europese manier uitgewerkt. "Vroeger keken we daar met ontzag tegenop", vertelt Jutte met een onderdrukte 1ach, maar dat wordt ieder jaar minder. Op het gebied van de decors zijn we Disneyland, denk ik, zelfs een stapje voor. Het moeilijkste voor ons is de animatie van poppen. Daar gooit men er een half miljoen gulden per pop tegenaan. Alles tot in de perfektie. Wij kunnen dat niet, omdat ons budget daar niet groont genocg voor is. In de 1001-nachtshow alleen al komen zo'n 150 poppen, die reageren op het publiek. Vee1 maken we daarom met eigen ervaring, die inmiddels tot de, grootste ter wereld gerekend mag worden. Het is de vraag hoe ver je gaat in perfektie van bewegingen. Tot. 100% is te duur. We gaan tot zeg maar 80%, wat voor de toeschouwer voldoende is".

Verandering
De veranderingen in technieken om tot een goede animatie te komen, doktert de Efteling zelf dus uit ten dienste van de bezoeker. De aard van de attraktie en het aandeel van de toeschouwer daarin spreken geduchte woordjes mee. De poppen in het fameuze spookslot zijn totaal anders van konstruktie dan die in 1001-nacht komen. Achter, onder en tussen de coulissen is het Spookslot nog kriebeliger, dan op de tribune. Aarde-donker is het er. Er komen allerlei ondefinieer bare geluidjes uit onverwachte hoeken. Licht flikkert op tussen spelonken. Wat de toeschouwers zien, is uit een andere wereld. Achter de schermen zit alles toch minder ingewikkeld inelkaar dan men zou vermoeden. Een staaltje van het eerder geschilderde teamwerk van de Efteling. De spoken die in het slot hun dans uitvoeren, hangen onder het slot gewoon aan een simpele draaimolen. Het publiek ziet dat niet en kijkt naar wazige figuren, waar men zo dwars door heen blikt. De truc zit hem in een glaswand, waarop de poppenmolen speciale belichting weerspiegeld wordt. En dat ziet het angstige toeschouwertje. De luguber monnikengang, waarin zes gezichtloze monniken hun droevige tocht maken, is al even simpel, als je er op komt om het zo te konstrueren. Holle lakens worden door wagentjes op wieltjes over een rails gevoerd. De schokkende en dansende bewegingen zijn in de rails ingebouwd. De camouflage van vrachtwagens vol piepschuim doet de rest. Met genoegen en voldoening leggen Jutten en Kikstra de mysteries bloot.

Computer
Voor het op gang brengen van de monniken, de dansende spoken, de man aan de galg en het kraken van de graven komt geen mens aan te pas. Voor het begin van de show, duwt een man een knopje in en het computercentrum onder het spookslot doet de rest. Zes, zeven grote kasten sturen het Spookslot van het eerste gepiep tot en met de laatste kreun. Ook dat materiaal dat eerder doet denken aan een administratie van een groot bedrijf, dan aan de besturing van een spookslot, is helemaal in eigen Efteling-beheer ontworpen en gemaakt.

Weinig stuk
Er gaat maar weinig stuk in de attrakties van de Efteling. De oorzaak daarvan laat zich gemakkelijk raden. Nauwelijks komt het voor dat een attraktie stil valt door storing. Mocht dat gebeuren, dan is die weer snel opgelost. Ook dat is een tak van de technische dienst, waarop de Efteling trots is. Men weet niet alleen te grossieren in illusies, maar ook in vakmanschap. Vakmanschap dat overigens door het publiek met zorg behandeld wordt. Vernielingen komen haast niet voor aan het kostbare droommateriaal, dat allemaal onder strenge veiligheidseisen opgebouwd is en onder kontrole staat.

Vijf jaar
Het al eerder genoemde Sprookjes uit 1001-nacht is het laatste grote projekt uit een vijf-jarenplan van de Efteling. Dit plan is ingczet in '80 en heeft vruchten afgeworpen als de Python, de Schipschommel, de Pirana, de Oude Tuffer en het Spookslot. In totaal een investerings-budget van 70 miljoen gulden is daarmee gemoeid. Na de realisatie van het vijf-jaren- plan, gaat het familiepark nog wel door met projekten, maar, zoals Jutte het zei, niet in dit tempo. "Als je meer investeert, moet je ook aanzienlijk meer bezoekers trekken. En dat is de vraag". "Plaats is er wel", vult Kikstra aan. "Op het 65 hectare grote terrein is nog genoeg ruimte om uit te breiden". De bobsleebaan, die volgend jaar in gebruik genomen gaat worden, snoept daar weer wat van af. Nu wil de Efteling niet dat het fraaie park helemaal plat gewalst wordt door vertier. "We houden het park in ere", vertelt Kikstra. "De plantsoenendienst is bij ons dan ook een belangrijke tak". Een volwaardig onderdeel van het familiepark, dat zijn inbreng duidelijk heeft bij het maken van de attrakties. Let maar eens op de variatie bijvoorbeeld bij de Pirana. Zo'n fraaie ligging krijgt ook "Sprookjes uit 1001-nacht". Op dit moment ziet men alleen de bouwput van het reusachtige gebouw. Vlakbij in de buurt, werkt men al aan de vulling ervan.

Mechaniek
In een schone, fel verlichte werkplaats zijn drie mannen aan het experimenteren met de poppen die in 1001-nacht moeten komen. Een proto-type staat volop te draaien. Verbluffend echt draaien de armen, knikt het hoofd, knipperen de wenkbrauwen en is de expressie, die de pop uitstraalt. Voor ons staat een van de centrale figuren uit de show. Ontdaan van zijn jasje, onthult hij zijn ingewanden, die achter een brandvrij doorzichtig scherm nauwgezet hun werk doen. Na uitleg van de konstrukteurs oogt het eenvoudig, maar is het tot op de laatste beweging doordacht. De bewegingen zitten op de plaatsen waar ze bij een echt mens ook zitten. Alleen wordt de pop niet door hersenimpulsen gestuurd, maar door een grote konstruktie van overbrengingen, tandwielen en soorten van programmeerschijven van hout. Zelfs zijn gebit mag niet tonen, dat hij een pop is. "We hebben daarom aan een plaatselijke tandarts gevraagd om oude en kapotte gebitten voor ons te bewaren, zodat wij ze kunnen gebruiken. Efteling's illusie gaat zelfs zover dat je je eigen gebit in een sprookje. uit 1001-nacht, ziet.